Oktober is afgelopen. De maand oktober is traditioneel de maand, waarin missie in de wereldkerk centraal staat. Bij de woorden “missie” en “missionarissen” wordt vrijwel meteen gedacht aan de paters, fraters en zusters, priesters die van elders komen om de armen te helpen en het werk van evangelisatie te doen. Dat was lang geleden misschien enigszins waar. Maar de term “missie” heeft een heel uitgebreide betekenis.

Zelfs kwam ik in de maand oktober van het jaar 2007 vanuit Spanje in Noord-Holland als een missionaris priesterstudent. Toen was ik een jongeman van 18 jaar oud. Toen ik de roeping voelde om missionaris te worden dacht ik altijd aan arme landen in Afrika, India, Latijns-Amerika, en ik verbaasde mij toen ik naar Nederland uitgezonden werd. “Er zijn niet zo vele armen in Nederland, Nederland is toch een rijk en ontwikkeld land!”, dat was mijn gedachte toen ik hier aangekomen was. In de 14 jaar dat ik hier in Nederland woon heb ik een prachtig land ontdekt, een goed volk die me als een van hen heeft aangenomen; ik voel me thuis! Maar ook heb ik een samenleving ontdekt waar steeds meer eenzame mensen zijn, de saamhorigheid ontbreekt, mensen die de hele dag druk bezig zijn met allerlei dingen, er is weinig tijd voor elkaar, en soms wordt het moeilijk om met een optimistisch oog naar de toekomst te kijken… Dat gebeurt niet alleen in Nederland, ook in mijn vaderland en in heel Europa. Een samenleving waar de vreugde om te leven steeds minder wordt.

De missie van de Kerk is vreugde brengen in het leven van de mensen. Missie is niet een taak of een werkveld. Maar de Kerk zelf is missie. Wij brengen onszelf. We brengen de liefde van God en ook onszelf als mens. Wij allemaal, jong of oud, die de kerk vormen zijn missionaris! Ik mag mij altijd verwonderen hoeveel mensen in onze kerk vrijwillig actief zijn, mensen die beschikbaar zijn om iets te betekenen voor onze kerkgemeenschap en ook voor mensen buiten de grenzen van onze gemeenschap: bestuursleden, kosters, lectoren, vrijwilligers, koorleden, mensen die werken op het secretariaat, mensen die betrokken zijn met de werkgroepen… er zijn zo veel mensen op te noemen! En die mensen zijn ook missionaris!

Om een missionaris te zijn, is het voldoende om beschikbaar te zijn en de vreugde te beleven in de meest gewone dagelijkse dingen: werk, andere mensen ontmoeten, onze dagelijkse plichten, de toevallige gebeurtenissen van elke dag. Zo worden wij missionaris: door getuige te zijn van een leven dat de smaak van de vreugde van het Evangelie heeft. Deze manier van leven, zou bij anderen bewondering moeten opwekken. Dan zullen ze vragen: “Hoe is het mogelijk dat deze persoon zo is?” of “Wat is de bron van de liefde waarmee deze persoon iedereen behandelt, de vriendelijkheid en het goede humeur?” Evangelisatie of missie gaat niet over het dwingen of afdwingen. De missie is gebaseerd op een ontmoeting tussen mensen, op het getuigenis van mannen en vrouwen die Jezus, de vreugde en de liefde hebben leren kennen en die graag willen dat andere mensen Hem ook kennen.

Aan iedereen die dit leest: van harte gefeliciteerd.

Jij bent missionaris!

Hartelijke groeten,

Alvaro.