Er kwam eens een koorddanser in een dorp. Hij ging een touw spannen tussen de kerktoren en een hoge boom. Een heleboel mensen werden nieuwsgierig wat die waaghals zou gaan uithalen en kwamen kijken naar zijn kunsten.
Bij het begin van de voorstelling vroeg de koorddanser aan de omstanders: “Geloven jullie dat ik met deze evenwichtsstok in mijn hand over het koord kan lopen?” Dat geloofden ze zonder meer, dus in een koor riepen ze: “Jaa”.  Bijna moeiteloos liep de koorddanser over het koord. Groot applaus. Hij gooide de stok naar beneden en riep: “Kan ik het ook zonder stok?” Ook dat geloofden de mensen, en zo gebeurde het. Enorm applaus. Hij pakte een kruiwagen en vroeg: “Wat denk je: zou ik met deze kruiwagen naar de overkant kunnen?” En al die enthousiaste mensen riepen terug: “Ja, natuurlijk kun je dat.” En het lukte, zonder mankeren. Langdurig applaus.
Toen werd het stil. Iedereen was benieuwd wat er nu zou komen. De koorddanser keek naar beneden alsof hij iemand zocht, en zei toen: “Geloven jullie dat ik over dit koord kan lopen met iemand in die kruiwagen?” Alle mensen stonden te juichen, wat een stunt zou dat zijn”
“Goed,” zei de man, “Wie komt er dan nu naar boven om met mij mee te doen?” Toen werd het doodstil. Driemaal vroeg hij het, maar niemand durfde het aan, ook al geloofden zij dat die koorddanser buitengewoon goed was. De een na de ander ging stilletjes naar huis. 
En toen de koorddanser ’s avonds thuis kwam bij zijn vrouw, zei hij teleurgesteld: “Alweer niemand die mee wilde doen. Ze geloofden het wel, maar vertrouwden me niet.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *