(Een kerstverhaal voor volwassenen)

“Twee maal twee strippen”, zegt de jonge vrouw tegen de chauffeur. Ze gaat vlak achter hem zitten. Op de plaats naast haar zet ze een grote tas. De chauffeur draait zich om en fluistert: “Gaat u weer wat wandelen in het park”? “Ja”, antwoordt zij, “we willen nog even samen wat genieten van het mooie weer.” De chauffeur glimlacht en wenst haar een fijne middag toe. Bijna wekelijks ziet hij haar nu weer. In de afgelopen drie jaar heeft hij haar enkele maanden gemist. 

In de periode daarvoor was ze één van zijn vaste passagiers. Samen met haar ziekelijke dochtertje ging ze wel drie maal per week naar dat park. 

Totdat….

Nooit vraagt hij nu voor wie die andere twee strippen zijn. De onzichtbare gast is immers aanwezig. Toch begrijpt niet iedereen dat een lege plaats bezet kan zijn. Dat heeft ze ervaren. Die ene chauffeur wel.  Als  ze tot zijn passagiers behoort, houdt hij, in het spiegeltje boven zijn hoofd, haar goed in het oog. Als het nodig is, roept hij: ”Die plaats is gereserveerd”. En zijn stem duldt duidelijk geen tegenspraak. Zoveel begrip als van hem, ervaart ze niet dikwijls.  De meeste mensen zeggen: “dat  dochtertje van haar is immers al twee jaar dood”. Hij niet. 

Hij verkocht haar al meer dan 100 maal twee strippen. Daarvoor heeft ze hem onlangs onderscheiden. Met woorden van goud. Heel langzaam zei ze bij het uitstappen: “U bent een beetje van God….”

Vanaf die dag heeft hij een geheim begrepen. Hij heeft geen engelen gehoord en ook geen ster gezien. Toch weet hij nu waar de Zoon van God gevonden kan worden.

(Vrij naar Lize Stilma, “Ik maak de wind”)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *