Er was eens een arme houthakker. Hij leefde tevreden en gelukkig met zijn gezin in een huisje aan de rand van het bos. ’s Avonds na het werk hoorde je ze lachen en zingen. Dat vonden de mensen vreemd, want wat de houthakker verdiende was nauwelijks genoeg om zijn gezin te onderhouden. 
De koning van het land, die dagelijks voorbij het huisje kwam op weg naar zijn kasteel, ergerde zich aan de vrolijkheid van het houthakkersgezin. ‘Wat valt er te lachen voor een dagloner?’ vroeg hij grimmig. Op een dag stuurde hij zijn dienaar naar de houthakker met de boodschap: ‘Mijn heer en koning beveelt je vijftig zakken zaagmeel klaar te zetten tegen morgenvroeg. Lukt je dat niet, dan moeten jij en je gezin sterven.’ 
‘Dat lukt me heel zeker niet’, klaagde de arme houthakker. Maar zijn vrouw troostte hem: ‘Lieve man, we hebben een goed leven gehad. We zijn gelukkig geweest met elkaar en met onze kinderen en hebben geprobeerd ook anderen te laten delen in onze vreugde. Het is waar, het lukt ons niet de zakken te vullen. Laten we daarom vannacht feestvieren met onze kinderen en onze vrienden. Dan zullen we sterven zoals we geleefd hebben.’ 
En zo vierden de arme mensen in het houthakkersgezin hun mooiste en gelukkigste feest. Na middernacht gingen de gasten de één na de ander slapen. De houthakker en zijn vrouw waren weer alleen. 
’s Morgens, toen de opkomende zon de lucht rood kleurde, werden ze bedroefd. ‘Nu is het afgelopen met ons’, klaagde de vrouw. ‘Rustig maar’, troostte haar man. ‘Het is beter gelukkig en in vrede te sterven dan te leven in droefheid en angst.’ Toen werd er op de deur geklopt. De houthakker deed de deur wijd open om de verwachte dienaar van de koning binnen te laten. 
Aarzelend kwam de hofbeambte dichterbij. Na een korte stilte zei hij: ‘Houthakker, maak twaalf eiken planken klaar voor een kist. De koning is vannacht gestorven’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *